| 10:1 | Het geschiedt hierna dat de koning van de zonen van Amon sterft; koning wordt in zijn plaats zijn zoon Chanoen.
|
| 10:2 | David zegt: ik wil vriendschap bewijzen aan Chanoen, de zoon van Nachasj, zoals zijn vader vriendschap heeft bewezen aan mij! En David zendt een boodschap om hem door de hand van zijn dienaars te troosten over zijn vader; zo komen Davids dienaars aan in het land van de zonen van Amon.
|
| 10:3 | Maar dan zeggen de vorsten van de zonen van Amon tot Chanoen, hun heer: eert David je vader in jouw ogen omdat hij vertroosters tot jou heeft gezonden?- is het niet om de stad te doorzoeken, haar te bespieden en om te keren dat David zijn dienaars naar jou heeft uitgezonden?
|
| 10:4 | En Chanoen neemt Davids dienaren vast, scheert de helft van hun baard af en snijdt hun kleren halverwege af, bij hun billen,- en zendt ze zo heen.
|
| 10:5 | Ze melden dat aan David, en hij zendt hun boden tegemoet, want de mannen zijn diep beschaamd geweest; de koning zegt: blijft zitten in Jericho totdat uw baard is aangegroeid en keert dan terug!
|
| 10:6 | De zonen van Amon zien in dat ze zich stinkend gemaakt hebben bij David; dus zenden de zonen van Amon boden en huren ze bij Aram Bet Rechov en bij Aram Tsova twintigduizend man voetvolk, bij de koning van Maächa duizend man, en manvolk van Tov: twaalfduizend man.
|
| 10:7 | Als David dat hoort,- zendt hij Joab uit met heel de strijdschaar der helden.
|
| 10:8 | De zonen van Amon trekken uit en stellen zich op in oorlogsslagorde in de opening van de poort, terwijl Aram van Tsova en Rechov en het manvolk van Tov en Maächa ieder apart op het veld zijn.
|
| 10:9 | Als Joab ziet dat het front van de oorlog tegen hem is gericht, van voren en van achteren, maakt hij een keus uit al Israëls jong-uitgelezenen en stelt ze op in slagorde, Aram tegemoet.
|
| 10:10 | De rest van de manschap heeft hij gegeven in handen van zijn broer Avsjai,- en stelt hij op in slagorde, de zonen van Amon tegemoet.
|
| 10:11 | Hij zegt: als Aram mij te sterk blijkt zul jij mij tot redder worden; en als de zonen van Amon jou te sterk blijken dan zal ik op weg gaan om redding te brengen aan jou!-
|
| 10:12 | wees sterk en laten we sterk zijn voor onze manschap en voor de steden van onze God; de Ene moge doen wat in zijn ogen goed is!
|
| 10:13 | Dan treedt Joab aan met de manschap die met hem is ten oorlog tegen Aram; zij vluchten voor zijn verschijning!
|
| 10:14 | Als de zonen van Amon eenmaal hebben gezien dat Aram is gevlucht, vluchten zij voor de verschijning van Avisjai en komen terug in de stad; dan keert Joab terug van tegen de zonen van Amon en komt hij aan in Jeruzalem.
|
| 10:15 | Nu Aram ziet dat het is neergestoten voor Israëls aanschijn verzamelen ze zich eendrachtig.
|
| 10:16 | En Hadadezer zendt bericht en laat het Aram uittrekken dat aan de overzij van de Rivier woont; zij komen aan in Chelam,- met Sjovach, overste van Hadadezers strijdschaar, voor hun aanschijn uit.
|
| 10:17 | Dat wordt gemeld aan David, •• en die verzamelt heel Israël, steekt de Jordaan over en komt aan bij Chelam; die van Aram stellen zich op in slagorde, David tegemoet, en voeren oorlog met hem.
|
| 10:18 | Maar Aram moet vluchten voor Israëls verschijning, en David brengt van Aram om: zevenhonderd wagenmenners en veertigduizend ruiters; ook Sjovach, de overste van zijn strijdschaar, heeft hij neergeslagen, en die vindt daar de dood.
|
| 10:19 | Als alle koningen die dienstbaar zijn aan Hadadezer zien dat zij zijn neergestoten voor Israëls aanschijn, sluiten zij vrede met Israël en dienen zij hem; zij van Aram vrezen om ooit nog de zonen van Amon te redden. •
|
| Lees hoofdstuk 9 | Lees hoofdstuk 11 |