De Naardense Bijbel is herzien

In 2004 voltooide Pieter Oussoren zijn Naardense Bijbelvertaling. In november 2014 is de herziene versie – Naardense Bijbel 2014 – verschenen, naar de vraag van de lezer op zakformaat. Zo kan de Bijbel ook mee naar de kerk.

Waarom na tien jaar een herziening? De Naardense Bijbel staat voor een letterlijke vertaling en wordt geprezen om zijn combinatie van letterlijkheid en poëtische kracht. De letterlijkheid maakt de schoonheid van het origineel voelbaar. Maar het kan en moet soms nog letterlijker, zodat de beeldende kracht van het originele Hebreeuws en het Bijbelgrieks nog beter naar voren komt. Hoe dichter bij de bron, hoe meer de tekst gaat spreken. Ook het kernachtige van het Hebreeuws zal nog beter tot zijn recht komen.

Lees verder

Actueel



Bijbeltekst van week 14

Marcus 16, 1-8

18:1


Als hij deze dingen heeft gezegd

trekt Jezus met zijn leerlingen uit,
de winterbedding van de Kedron over;
daar is een hof geweest
en die gaat hij met zijn leerlingen binnen.

18:2


Maar ook Judas,

die hem heeft prijsgegeven,
heeft van die plek geweten,
omdat Jezus zich daar dikwijls
met zijn leerlingen verzamelde.

18:3


Dus neemt Judas de legereenheid mee,

en vanuit de heiligdomsoversten
en vanuit de Farizeeërs
helpers,
en komt daar aan
met lantarens, fakkels en wapens.

18:4


Jezus dan, weet hebbend van

alle dingen die over hem komen,
trekt uit en zegt tot hen:
wie zoekt ge?

18:5


Ze antwoorden hem: Jezus, de Nazoreeër!

Hij zegt tot hen:
ík ben dat!
Ook Judas, die hem heeft prijsgegeven,
heeft bij hen gestaan.

18:6


Met dat hij tot hen zegt

‘ík ben dat!’
deinzen ze achteruit en vallen op de grond.

18:7


Dan vraagt hij het hun wéér: wie zoekt ge?

Maar zij zeggen: Jezus, de Nazoreeër!

18:8


Jezus antwoordt: ik heb u gezegd:

ík ben dat;
dus als ge míj zoekt,
laat hén dan heen gaan!

18:9


Zo wordt het woord vervuld,

waarin hij heeft gezegd:
‘die ge mij hebt gegeven, van hen heb ik
niet wie ook verloren laten gaan’ (Joh. 17,12).

18:10


Dan trekt Simon Petrus

het zwaard dat hij heeft,
treft de dienaar van de heiligdomsoverste
en hakt hem de rechter oorlel af;
maar de naam van die dienaar
is Malchus geweest.

18:11


Dan zegt Jezus tot Petrus:

werp het zwaard in de schede,-
want allen die een zwaard nemen
gaan door een zwaard verloren;
de drinkbeker die de Vader
mij heeft gegeven,
zal ik die níet drinken?

18:12


Dan nemen de legereenheid,

de overste-over-duizend
en de helpers van de Judeeërs Jezus vast,
boeien hem

18:13


en voeren hem eerst naar Annas,

want die was de schoonvader van Kajafas
die de heiligdomsoverste van dat jaar
is geweest.

18:14


Maar* Johannes gebruikt vaak het woord ‘maar’ zonder dat een tegenstelling lijkt bedoeld. Soms wordt daarmee iets opmerkelijks of onverwachts aangekondigd, soms slechts een tussenzin. het is Kajafas geweest

die de Judeeërs de raad heeft gegeven:
het is beter
dat één mens sterft voor de gemeenschap!

18:15


Maar Simon Petrus is,

met een andere leerling,
Jezus gevolgd; maar die leerling
is een bekende
van de heiligdomsoverste geweest
en komt mét Jezus
de voorhof van de heiligdomsoverste binnen;

18:16


maar Petrus is bij de deur blijven staan,

buiten.
Dan komt die andere leerling,
de bekende van de heiligdomsoverste,
naar buiten, zegt iets tegen de poortwachter
en voert Petrus naar binnen.

18:17


Dan zegt het meisje dat poortwachter is

tot Petrus:
ben jij niet óók een van de leerlingen
van deze mens?
Hij van zijn kant zegt: dat ben ik níet!

18:18


Maar daar staan de dienaars

en de helpers,
die een houtskoolvuur gemaakt hebben
omdat het koud is geweest,
en zij hebben zich gewarmd;
maar ook Petrus is daar geweest,
stond bij hen en warmde zich.

18:19


Dan ondervraagt de heiligdomsoverste

Jezus over zijn leerlingen
en over zijn onderricht.

18:20


Jezus antwoordt hem:

ík heb openlijk de wereld toegesproken;
ík heb altijd onderricht gegeven
in een samenkomst of in het heiligdom,-
daar waar alle Judeeërs bijeenkomen;
ik heb niets in het verborgene uitgesproken;

18:21


waarom ondervraagt u mij?-

ondervraag de toehoorders
over wat ik tot hen gesproken heb;
zie, zij hier
weten wat ík heb gezegd!

18:22


Maar als hij dit zegt

geeft één van de helpers
die er naast is gaan staan
Jezus een kaakslag, zeggend:
antwoordt u de heiligdomsoverste zó?

18:23


Jezus antwoordt hem:

indien ik kwalijk heb gesproken,-
getuig van het kwade;
maar indien goed
waarom tuigt u me dan af?

18:24


Dan zendt Annas hem geboeid naar

Kajafas, de heiligdomsoverste.

18:25


Maar Simon Petrus is daar geweest,

stond daar en warmde zich .
Dan zeggen ze tot hem:
ben ook jíj niet één van zijn leerlingen?
Hij van zijn kant loochent het en zegt:
dat ben ik níét!

18:26


Eén van de dienaars

van de heiligdomsoverste,
die een verwant is van hem bij wie Petrus
de oorlel heeft afgehakt, zegt:
heb ik jóu niet bij hem in de hof gezien?

18:27


Dan loochent Petrus het weer;

en meteen kraait er een haan.

18:28


Ze voeren Jezus dan

van Kajafas naar het pretorium;
maar het is in de vroegte geweest.
Zelf gaan zij het pretorium niet binnen,
om zich niet te bezoedelen,
en wel het pesach* Of: paaslam. te kunnen eten

18:29


Dan komt Pilatus naar buiten, naar hen toe,

en verklaart: welke beschuldiging
brengt u in tegen deze mens?

18:30


Ze antwoorden en zeggen tot hem:

als hij niet iemand was geweest die
kwaad doet
hadden we hem niet aan u overgegeven!

16:1


Deze dingen heb ik tot u gesproken

opdat ge niet zult struikelen;
ze zullen u samenkomstloos maken,

16:2


ja, er komt een uur

dat ieder die u doodt, zal denken
verering te brengen aan God.

16:3


En dat zullen ze doen

omdat ze de Vader niet kennen
en mij evenmin.

16:4


Echter, deze dingen heb ik tot u gesproken

opdat ge, wanneer het komt,
dat uur van hen,
van hen indachtig zult zijn
dat ík het u heb gezegd.
Maar deze dingen heb ik u niet
van begin af gezegd,
omdat ik nog bij u was;

16:5


maar nu ga ik heen

naar wie mij heeft gestuurd,-
en niemand van u vraagt me:
waar gaat u heen?-

16:6


echter, omdat ik deze dingen

tot u heb uitgesproken
heeft de droefheid uw hart vervuld.

16:7


Maar ik zeg wat de waarheid is:

het is in uw belang dat ik wegga;
want als ik niet wegga
zal de troosttoeroeper niet tot u komen;
maar als ik vooruit ga
zal ik hem naar u toe sturen;

16:8


en wanneer hij komt

zal hij de wereld overtuigen van zonde,
van gerechtigheid en oordeel.

Toelichting op Marcus 16, 1-8

Bijbeltekst van de week – Marcus 16, 1-8

 

Let op: in de evangeliën van Marcus en Lucas is er op paasmorgen géén ontmoeting met de Opgestane. In alle vier de evangeliën zijn er ook verschillen bij het leeg geworden graf, de ‘sprekers’ in gestalte en getal, net als de vrouwen die zich in de vroegte daarheen begeven. Al deze verschillen pleiten niet tegen maar vóór de historiciteit en authenticiteit van de opstandingsberichten. Een georganiseerde Christusmythe zou geregeld hebben dat er geen verschillen en tegenspraken meer waren. We volgen dit jaar Marcus, de andere evangeliën laten we in andere jaren spreken.

Drie vrouwen komen Hem ‘bij het opgaan van de zon’ zalven. Hun zorg is de grote steen voor de poort van het graf: “Wie zal voor ons de steen wentelen?”  De steen ís gewenteld, – misschien door de jongeman die rechts in de grafkamer zit ‘met een witte mantel omgeworpen’. Hij doet denken aan de jongeman uit Marcus 14, 51-52 die Jezus na zijn arrestatie het langst is blijven volgen, maar als ook hij gegrepen wordt vlucht hij met achterlating van ‘een linnen over het naakte lijf’. Er is een traditie dat evangelist Marcus hiermee zichzelf bedoelt; dan zou het kunnen dat dezelfde Marcus in Marcus 16, 6-7 vanuit het lege graf de opwekking van Jezus verkondigt en de boodschap meegeeft voor zijn leerlingen en Petrus ‘dat hij u voorgaat naar Galilea; daar zult ge hem zien!’

Meer ‘bewijs’ voor de opstanding dan het lege graf en het woord van de jonge man is er bij Marcus niet. Voor de vrouwen voldoende, zo lees ik vers 8. Ze zijn verpletterd door dit goede maar ook ontzettende nieuws, doen er het zwijgen toe, gaan níet getuigen (!), want ze zijn vervuld van ‘vreze’, ontzag voor Israëls God, – zo versta ik.

Gaan ze ook niet naar de leerlingen en Petrus toe? – en waarom zouden ze niet? De verzen 9-20 geven op die vragen geen antwoord, hoe dierbaar ze mij ook zijn. Omstreeks de Hemelvaartsdag hoop ik daarover te schrijven. ‘Het onechte’ slot van Marcus wil ik die verzen niet meer noemen, liever ‘de langere afsluiting’, sinds Nestle’s editie van het Griekse Nieuwe Testament, anders dan in mijn gymnasiumtijd, ook een conclusio brevior doorgeeft (een ‘kortere afsluiting’). Vertaald luidt die:

 

8a Maar alle dingen die

afgekondigd zijn

verkondigen zij beknopt

aan degenen rondom Petrus.

8b Maar daarna

zendt ook Jezus zelf

door hen

van oost tot west

de heilige en onbederfelijke prediking

uit

van de eeuwige redding.

 

De Naardense Bijbel heeft dit kortere slot tot nu toe niet. De Nieuwe Bijbelvertaling vermeldt het in een voetnoot. Het lijkt me verdedigbaar dat het in de tekst van de Naardense Bijbel wordt opgenomen, vooraf aan het langere slot.

 

Pieter Oussoren

http://www.luthersekerkapeldoorn.nl/5/predikant

Archief met teksten van de week

Recensie over de Naardense Bijbel

De Naardense Bijbel is een literaire prestatie van jewelste. Het boeiende aan deze vertaling is dat zij ondanks het woord-voor-woord-principe geen Nederhebreeuwse orakeltaal bevat, maar juist klinkt als een klok. Het nodigt uit tot verder lezen én tot nieuwe exegetische avonturen, hetzij alleen onder de schemerlamp, hetzij in leerhuis of kerk.


Jan Paul - De Volkskrant
Lees alle recensies