Instellingen

1


Sarai, Abrams vrouw,

heeft aan hem niet gebaard;
maar zij heeft een Egyptische slavin,
   en haar naam is Hagar,-
   de zwerfster-te-gast.

2


Dan zegt Sarai tot Abram:

zie toch,
uitgesloten heeft de Ene mij van het baren;
kom toch binnen bij mijn slavin,-
misschien word ik tot-huis-gebouwd
   uit háár!

En Abram hoort naar
   de stem van Sarai.

3


Dan neemt

Sarai, Abrams vrouw,
Hagar, de Egyptische, haar slavin,
-verlopen zijn tien jaren
sinds Abram zich heeft neergezet
   in het land van Kanaän-

en geeft haar aan Abram, haar man,
   hem tot vrouw.