Instellingen

21


Dan laat de Ene, God, een verdoving vallen
   over de –rode– mens zodat die inslaapt;

hij neemt
een van zijn zijden
en sluit met vlees de plek daarvan af.

22


De Ene, God,
   bouwt de zijde die hij heeft weggenomen
   van de –rode– mens
   uit tot een vrouw;

hij laat haar komen tot de –rode– mens.

23


Dan zegt hij, de –rode– mens:

zij is het nu!-
been uit mijn beenderen
en vlees uit mijn vlees!-
tot haar worde geroepen ‘isja’,- vrouw,
want uit een iesj,- man is zij genomen!

24


Daarom zal een man

zijn vader en moeder verlaten;
hechten moet hij zich aan zijn vrouw,
worden zullen ze tot één vlees.