Instellingen

12


Abraham buigt

voor het aanschijn
   van de manschap van het land

13


en spreekt tot Efron voor de oren
   van de manschap van het land
   door te zeggen:

echt, als u nu eens hoorde naar míj!-
geven zal ik het zilvergeld voor het veld,
   neem het van mij aan,

dan kan ik mijn dode daar begraven!

14


Dan antwoordt Efron Abraham
   en zegt tot hem:

15


mijn heer, hoor naar míj,

land voor vierhonderd sikkel zilver,
   wat zal dat tussen mij en u?-

uw dode, begraaf die!

16


Abraham hoort

naar Efron
en Abraham weegt voor Efron
het zilver af
waarvan hij heeft gesproken
   voor de oren van de zonen van Cheet:

vierhonderd sikkel zilver,
gangbaar bij de handelaar.

17


Zo komt het veld van Efron

bij de Machpela
in het zicht van Mamree,-
het veld en de spelonk die erin is
en al het geboomte op het veld
in heel zijn gebied rondom, te boek te staan

18


als van Abraham, als aankoop, voor de ogen
   van de zonen van Cheet,-

bij allen die gekomen zijn
   in de poort van zijn stad.