Instellingen

1


Dan geschiedt het woord van de Ene

tot Jeremia ten tweeden male,-
terwijl hij nog vastgehouden wordt
in de bewaakte voorhof; het zegt:

2


zo heeft gezegd de Ene

die de aarde gemaakt heeft,-
de Ene,
die haar geformeerd heeft en bevestigt,
Ene’ is zijn naam:

3


roep tot mij en ik zal je antwoorden;

ik zal je melden grote en onbegrijpelijke
   dingen waarvan je niet wist!

••

4


Ja, zo heeft gezegd de Ene, Israëls God,

over de huizen van deze stad
en over de huizen van Juda’s koningen
die worden gesloopt
voor belegeringswallen en voor het zwaard,

5


waar ze kwamen

om de Kasdiem te bevechten,
maar die ze vullen met
   de lijken van de mensen

die ik in mijn woede en gramschap
   heb verslagen,-

en om wier kwaad
ik mijn aanschijn voor deze stad
   heb verborgen:

6


zie, ik doe over hen komen
   herstel en genezing
   en zal hen genezen,-

en onthullen zal ik hun
een overvloed van vrede en vertrouwen;

7


keren zal ik de kerkering van Juda

en de kerkering van Israël,-
en opbouwen zal ik hen
   als eerder;

8


reinigen zal ik hen

van al hun onrecht
   waarmee ze tegen mij gezondigd hebben;

vergeving zal ik schenken
voor al hun ongerechtigheden
   waarmee ze tegen mij gezondigd hebben

en zich bij mij hebben misdragen;

9


worden zal zij mij

tot een naam vol vrolijkheid,
   lofzang en luister

voor alle volkeren der aarde,-
die al het goede zullen horen
dat ik hun ga doen,
en zullen vrezen en beven
om al het goede en alle vrede
die ik aan haar ga doen!
••

10


Zo heeft gezegd de Ene:

weer zal in dit oord
waarvan gij zegt:
dat is verdelgd,
er is geen mens meer en geen dier,-
in de steden van Juda en de straten
   van Jeruzalem

-die zo verwoest zijn
dat er geen mens is, geen ingezetene
   en geen dier-
   worden gehoord

11


een stem vol vrolijkheid

en een stem vol vreugde,
de stem van een bruidegom
   en de stem van een bruid,

de stem van wie zeggen zullen
‘dankt de Ene, de Omschaarde,
want de Ene is goed,
want voor eeuwig is zijn vriendschap!’,
die met dankzegging zullen komen
   in het huis van de Ene;

want ik breng omkeer
   in de kerkering van het land,
   als eerder, heeft gezegd de Ene.

••

12


Zo heeft gezegd de Ene, de Omschaarde:

weer
zal het in dit oord dat zo verdelgd is
dat er geen mens en geen dier meer is,
   en in al zijn steden,-

een oase zijn vol herders
die er het wolvee neervlijen;

13


in de steden van het bergland,
   in de steden van de Laagte
   en de steden van de Negev,

in het land van Benjamin
   en rondom Jeruzalem
   en in de steden van Juda,-

zal wéér het wolvee voorbijtrekken
   onder de handen van de teller,
   heeft gezegd de Ene.

••

14


Zie, er zijn dagen op komst,
   is de tijding van de Ene,-

dat ik gestand zal doen het goede woord
dat ik heb gesproken tot het huis Israëls
   en tot het huis Juda;

15


in die dagen en in die tijd

zal ik aan David doen ontspruiten
   een spruit van gerechtigheid,-

die recht en gerechtigheid doen zal
   in het land;

16


in die dagen zal Juda worden gered

en Jeruzalem zal wonen in veiligheid;
en dit is wat dan tot haar wordt geroepen:
   de Ene is onze gerechtigheid!

••

17


Want zo heeft gezegd de Ene:

nooit zal het David ontbreken
aan een man
die zetelt op de troon van het huis Israëls;

18


en de Levitische priesters

zal het niet aan een man ontbreken
   voor mijn aanschijn,-

die een opgangsgave doet opgaan,
   een broodgift laat roken
   en een slachtgave klaarmaakt,-
   alle dagen!

••

19


Dan geschiedt het woord van de Ene

aan Jeremia om te zeggen:

20


zó heeft gezegd de Ene:

als ge ooit mijn verbond met de dag
   weet te breken,

en mijn verbond met de nacht,-
zodat het niet meer dag en nacht wordt
   op hun tijd,

21


dan kan ook mijn verbond worden gebroken
   met mijn dienaar David

zodat hij geen zoon zou hebben
   die koning wordt op zijn troon,-

of dat met de priesters-Levieten
   die mij ten dienste staan;

22


zoals de hemelse strijdschaar

niet te tellen
en het zand der zee niet te meten is,-
zo overvloedig maak ik
het zaad van mijn dienaar David
en ook de Levieten die mij ten dienste staan!
••

23


Dan geschiedt het woord van de Ene

aan Jeremia en zegt:

24


heb je niet gezien

wat ze hebben uitgesproken, deze gemeente,
   toen ze zeiden:

‘twee families
die de Ene had verkoren, die verwerpt hij!’-
en dat ze mijn gemeente erom honen
dat die geen volk meer is
   voor hun aanschijn?

••

25


Zo heeft gezegd de Ene:

als ik ooit geen verbond meer heb
   met dag en nacht,-

de wetten voor hemelen en aarde
   niet meer zal stellen,-

26


dan kan ik ook het zaad van Jakob
   en van mijn dienaar David
   verwerpen

en er uit zijn zaad geen meer nemen
   die heersen zullen

over het zaad van Abraham,
   van Isaak en Jakob;

want ik breng in hun kerkering een keer
   en zal mij over hen ontfermen!

••