Instellingen

1


Maken zul je ook van acaciastammen

het altaar,-
van vijf ellen lengte en vijf ellen breedte:
vierkant zal het altaar wezen
en drie ellen zijn opstand.

2


Maken zul je zijn horens

op zijn vier hoeken,-
één geheel ermee zullen zijn horens worden;
overtrekken zul je het met koper.

3


Maken zul je de potten voor zijn as,

zijn scheppen en zijn sprenkelbekkens,
zijn vleespennen en zijn vuurbakken;
voor al zijn voorwerpen
   zul je (werk) maken van koper.

4


Een rooster zul je ervoor maken,

gemaakt als een net van koper:
maken zul je op het net
vier ringen van koper,
op z’n vier uiteinden.

5


Plaatsgeven zul je dat

onder de omgang van het altaar,
   aan de onderkant,

zodat het net er zal zijn
tot halverwege het altaar.

6


Maken zul je voor het altaar
   ook draagstangen,

stangen van acaciastammen;
bekleden zul je ze met koper.

7


Men laat zijn stangen komen in de ringen;

zodat de stangen zullen zijn
op de twee zijden van het altaar
   als men het draagt.

8


Hol, van platen, moet je het maken;

zoals hij het je heeft laten zien op de berg,
   zo zullen ze het maken!

••