Instellingen

1

Al wie gaaf van weg zijn: zalig!In de brontekst is dit een alfabetisch gedicht., ✡
die wandelen
volgens het onderricht van de Ene!

2

Al wie houden zijn overeenkomsten:
   zalig!- ✡
met heel het hart hem zoeken!

3

Ach nee, valsheid begaan zij niet, ✡
zij wandelen op zijn wegen.

4

Al uw verordeningen hebt gij geboden ✡
om ten zeerste te bewaken.

5

Ach, waren mijn wegen vast genoeg ✡
om uw inzettingen te bewaken.

6

Aan schaamte zou ik voorbij zijn ✡
als ik acht sloeg
op al uw geboden.

7

Aan u breng ik dank
   in oprechtheid van hart, ✡
nu ik leer
uw gerechte regels.

8

Al uw inzettingen zal ik bewaken; ✡
verlaat mij niet te zeer!


Beth. In quo corrigit.

9

Bij wat houdt wie jong is
   zijn pad schoon?- ✡
door het te bewaken
volgens uw woord!

10

Ben ik niet met heel mijn hart
   u gaan zoeken?- ✡
laat niet toe dat ik afdwaal
van uw geboden!

11

Berg ik wat gij zegt niet in mijn hart?- ✡
opdat ik
niet zondig tegen u!

12

Begroeten mag ik u, Ene: gezegend!- ✡
wil uw inzettingen aan mij leren!

13

Breeduit vertelden mijn lippen ✡
alle
rechtsregels van uw mond.

14

Blij ben ik
   op de weg van uw overeenkomsten, ✡
als was ik onmetelijk rijk!

15

Bepeinzen zal ik wat gij verordent, ✡
ik zal acht slaan
op uw paden.

16

Bij uw inzettingen zoek ik verkwikking, ✡
ik zal uw woord nooit vergeten!


Gimel. Retribue servo tuo.

17

Gun het uw dienaar dat ik mag leven, ✡
en zal waken over uw woord.

18

Geef zicht aan mijn ogen, dat ik acht sla ✡
op de wonderen
uit uw Wet!

19

Gast-en-zwerver ben ik op de aarde, ✡
verberg uw geboden
voor mij niet!

20

Geteisterd wordt mijn ziel
   door verlangen ✡
naar uw rechtsregels, te aller stond.

21

Gedreigd met uw vloek
   hebt gij verwatenen,- ✡
die afdwalen van uw geboden.

22

Gij, wentel van mij smaad en verachting, ✡
ik heb uw overeenkomsten toch gehouden?

23

Gingen vorsten ook zitten,
voerden ze over mij gesprekken, ✡
uw dienaar
bepeinst uw inzettingen.

24

Geluk vind ik juist in uw overeenkomsten, ✡
mijn raadslieden, dat zijn zij!


Deleth. Adhæsit pavimento.

25

Daar ligt mijn ziel, gekleefd aan het stof, ✡
doe mij leven,
naar uw woord!

26

De wegen die ik ging heb ik verteld,
   en gij hebt geantwoord, ✡
wil mij uw inzettingen leren.

27

De weg van uw orders, doe mij verstaan, ✡
ik wil uw wonderdaden
bepeinzen!

28

Droefheid doet mijn ziel vervloeien, ✡
doe mij opstaan,
naar uw woord!

29

De weg van leugen,
   houd die van mij verre, ✡
begenadig mij met uw Wet!

30

De weg van waarheid heb ik gekozen, ✡
uw rechtsregels hield ik mij voor.