Instellingen

1


Psalm 6 • Domine, ne in furore. (Voor de koorleider, bij snarenspel,

op de achtste,
een musiceerstuk v. David.)

2


Ene,

wil mij niet straffen in uw toorn, ✡
niet mij kastijden in uw gramschap!

3


Wees mij genadig, Ene,
   want ik schrompel weg, Ene, genees mij, ✡

want tot in het bot ben ik verbijsterd!

4


Mijn ziel is verbijsterd, bovenmate, ✡

en gij, Ene:
tot wanneer?

5


Keer terug, Ene,
   schenk mijn ziel weer vrijheid, ✡

red mij
ter wille van uw vriendschap!

6


Want geen die u gedenkt in de dood,- ✡

wie zal u dankzeggen
in de hel!

7


Afgemat ben ik van mijn zuchten,

drijfnat maak ik elke nacht mijn bed, ✡
mijn sponde spoel ik
met mijn tranen weg.

8


Mijn oog is dof geworden van verdriet, ✡

verstard
in al wat mij benauwt.

9


Maar wijkt van mij!,
   alle aanstichters van ellende, ✡

want de Ene heeft
het huilen van mijn stem gehoord!

10


Gehoord heeft de Ene
   mijn smeken om genade, ✡

de Ene,
mijn bidden neemt hij aan!

11


Al mijn vijanden worden beschaamd
   en zeer verbijsterd, ✡

keren terug,
ineens gehuld in schande!