Instellingen

1


Psalm 89 (88) • Misericordias Domini. (Een onderwijzing,

v. Etan de Ezrachiet.)

2


Uw vriendschap, Ene,
   zal ik eeuwig bezingen, ✡

aan geslacht na geslacht!-
maak ik uw trouw bekend met eigen mond!

3


Eens zei ik: eeuwig
   wordt vriendschap gebouwd, ✡

hemelhoog
doet gij bij hen uw trouw gestand!

4


‘Ik sloot een verbond met wie ik verkoos, ✡

ik heb gezworen
aan David, mijn dienaar:

5


ik maak dat je zaad tot in eeuwigheid
   standhoudt, ✡

ik heb je troon gebouwd
voor geslacht na geslacht!’ sela

6


De hemelen danken uw wonder, o Ene, ✡

ja, in de vergadering van heiligen
uw trouw!

7


Want wie in het zwerk
   staat gelijk aan de Ene, ✡

kan onder Gods zonen
de Ene evenaren!-

8


een God, in de raad van heiligen geducht, ✡

groot en vreeswekkend
over al wie hem omringen;

9


Ene, God der strijdscharen,

wie is als gij, met sterkte van de Ene
en met uw trouw
u omringend!

10


Gij die beheerst de hoogmoed der zee, ✡

als zijn golven zich heffen,
weet gij ze te stillen!

11


Gij die Rahav hebt doorboord en vertrapt, ✡

met uw arm, uw kracht,
uw vijanden hebt verstrooid:

12


van u is de hemel, van u ook de aarde, ✡

de wereld en wat haar vervult,
gij hebt ze gegrondvest!

13


Noorden en zuiden, gij hebt ze geschapen, ✡

om uw naam jubelen
Tabor en Hermon!

14


Gij hebt een arm zo heldhaftig, ✡

krachtig is uw hand,
uw rechterhand verheven!

15


Op gerechtigheid en recht stoelt uw troon, ✡

vriendschap en trouw
ontmoeten uw aanschijn!

16


Zalig de gemeente
   met het schallen bekend, ✡

zij wandelen, Ene,
in het licht van uw aanschijn!

17


Om uw naam juichen zij alle dag, ✡

om uw gerechtigheid jubelen zij!

18


Want hun luister, hun sterkte zijt gij, ✡

met uw welbehagen
verhoogt gij onze hoorn!

19


Ja, van de Ene is ons schild, ✡

van Israëls Heilige onze koning!

20


Toen hebt gij in een aanschouwing gesproken

tot uw vrienden,
en gezegd:
‘hulp heb ik neergelaten over een held, ✡
ik heb verheven
wie ik uitkoos uit de manschap;

21


ik heb gevonden David, mijn dienaar: ✡

hem met olie van mijn heiligheid gezalfd;

22


dat hem zal bevestigen mijn hand, ✡

ja, mijn arm hem zal versterken;

23


dat geen vijand hem zal overvallen, ✡

geen zoon van euvelmoed
hem zal doen bukken;

24


vermalen zal ik zijn benauwers,-
   weg van zijn aanschijn, ✡

wie hem haten stoot ik neer;

25


met hem zijn mijn trouw
   en mijn vriendschap, ✡

door mijn naam
zal zijn hoorn zich verheffen;

26


leggen zal ik zijn hand op de zee, ✡

op de rivieren zijn rechterhand;

27


hij zal mij aanroepen: ‘gij, mijn Vader, ✡

mijn Godheid,
Rots van mijn redding!’-

28


zo maak ik hem een eersteling, ✡

de hoogste
boven de koningen der aarde;

29


voor eeuwig
   bewaar ik voor hem mijn vriendschap, ✡

mijn verbond
blijft hem getrouw!-

30


zijn zaad zet ik voort voor altijd, ✡

zijn troon zo lang
als de dagen van de hemel!-