Instellingen

14


En als iemands toenaderingsgave
   een vogel is
   als opgangsgave voor de Ene,

dan zal hij doen naderen een van de tortels
of een van de jongen van de duif,
   als zijn toenaderingsgave.

15


Doen naderen zal de priester
   die tot het altaar,

hem de kop afknijpen
en in rook doen opgaan op het altaar;
uitgeperst worden zal zijn bloed
tegen de wand van het altaar.

16


Verwijderen zal hij de krop
   en wat daar uitkomt;

wegwerpen zal hij die
   terzijde van het altaar oostwaarts

naar de plaats voor de as.

17


Inscheuren zal hij hem bij zijn vleugels,

maar de scheiding maakt hij niet!-
en in rook doen opgaan zal de priester hem
   op het altaar,

op de stukken hout op het vuur;
een opgangsgave is dat,
een vuuroffer, een reuk die-tot-rust-brengt
   voor de Ene!

••