Instellingen

9


De Ene spreekt tot Gad,

Davids ziener, en zegt:

10


ga heen, spreken zul je tot David

en zeggen:
zó heeft gezegd de Ene:
drie dingen
spreid ik over je uit:
kies je één ervan uit
en dat zal ik voor je doen!

11


Dan komt Gad bij David binnen;

hij zegt tot hem: zó heeft gezegd de Ene:
   aanvaard

12


óf drie jaren van honger,

óf drie maanden
   van vluchten
   voor het aanschijn van je benauwers
   terwijl het zwaard van je vijanden
   je inhaalt,

óf een drietal dagen het zwaard van de Ene
   en pest in het land

met de engel van de Ene
verderf zaaiend in heel Israëls gebied;
nu dan, bezie
wat het woord wordt
   waarmee ik zal terugkeren
   tot mijn zender!

13


Dan zegt David tot Gad:
   het benauwt mij zeer;

moge ik toch vallen in de hand van de Ene,
want zijn ontfermingen zijn vele
en in de hand van een mens wil ik niet vallen!

14


Dan geeft de Ene pest in Israël;

er valt uit Israël
zeventigduizend man.

15


God zendt ook een engel naar Jeruzalem
   om dat te verderven,

maar als hij begint te verderven
en de Ene het heeft gezien
   krijgt hij berouw over het kwaad

en zegt tot de verderf zaaiende engel: genoeg!,
laat nu je hand zakken!
De engel van de Ene staat stil
bij de dorsvloer van Ornan de Jeboesiet.
••