Instellingen

6


Hij zegt: hoort toch naar mijn woorden!-

als hij een profeet van u zou wezen,
zou ik, de Ene,
mij in een gezicht aan hem bekendmaken,-
in de droom met hem spreken;

7


zo is het niet met mijn dienaar Mozes:

met alles van mijn huis is hij vertrouwd;

8


van mond tot mond

spreek ik met hem,
in wat ik laat zíen en niet in raadsels,-
hij ontwaart de gestalte van de Ene;
waarom hebt ge u dan niet ontzien
om woorden te hebben met mijn dienaar,
   met Mozes?