Instellingen

1


Boek van de genesis,- geboorte (Gen. 5,1),
van Jezus Christus,
zoon van David, zoon van Abraham.

2


Abraham laat Isaak geboren worden,

Isaak laat Jakob geboren worden,
en Jakob laat Juda en zijn broeders
geboren worden.

3


Juda laat Perets en Zerach geboren worden,

uit Tamar;
Perets laat Chetsron geboren worden,
en Chetsron laat Aram geboren worden;

4


Aram laat Aminadav geboren worden,

Aminadav laat Nachsjon geboren worden,
en Nachsjon laat Salmon geboren worden;

5


Salmon laat Boaz geboren worden,

uit Rachab;
Boaz laat uit Ruth Obed geboren worden;

6


Obed laat Jesse geboren worden,

en Jesse laat David geboren worden,
de koning.

7


David laat Salomo geboren worden,

uit de vrouw van Oeria;
Salomo laat Rechabeam geboren worden,
Rechabeam laat Avia geboren worden,
en Avia laat Asaf geboren worden;

8


Asaf laat Josafat geboren worden,

Josafat laat Joram geboren worden,
en Joram laat Oezia geboren worden;

9


Oezia laat Jotam geboren worden,

Jotam laat Achaz geboren worden,
en Achaz laat Hizkia geboren worden;

10


Hizkia laat Manasse geboren worden,

Manasse laat Amoos geboren worden,
en Amoos laat Josjia geboren worden;

11


Josjia laat Jechonja en diens broers

geboren worden
bij de omhuizing naar Babel.

12


Na de omhuizing naar Babel

laat Jechonja Sjealtiël geboren worden,
en Sjealtiël laat Zorobavel geboren worden;

13


Zorobavel laat Avihoed geboren worden,

Avihoed laat Eljakiem geboren worden,
en Eljakiem laat Azor geboren worden;

14


Azor laat Sadok geboren worden,

Sadok laat Achiem geboren worden
en Achiem laat Elioed geboren worden;

15


Elioed laat Elazar geboren worden,

Elazar laat Matan geboren worden
en Matan laat Jakob geboren worden;

16


Jakob laat Jozef geboren worden,

de man van Maria,
uit wie Jezus wordt geboren
die Gezalfde wordt genoemd.

17


Alle geboorten dus van Abraham tot David

zijn veertien geboorten,
van David tot aan
de omhuizing naar Babylon
zijn het veertien geboorten,
en van de omhuizing naar Babylon
tot aan de Gezalfde
zijn het veertien geboorten.

18


Van Jezus Christus

is de genesis,- geboorte, zó geweest:
als Maria, zijn moeder,
wordt uitgehuwelijkt aan Jozef,
blijkt zij voordat zij samenkomen
het in de schoot te hebben
uit heilige geestesadem.

19


Maar omdat Jozef, haar man,

een rechtvaardige is
en het zijn wil niet is
van haar een toonbeeld te maken,
beraamt hij het
haar in het verborgene los te laten.

20


Maar terwijl hij dat in de zin heeft,

zie, een aankondig-engel van de Heer
verschijnt hem in een droom en zegt:
Jozef, zoon van David,
vrees niet om Maria, je vrouw,
bij je te nemen,
want wat in haar geboren wordt,
is uit heilige geestesadem;

21


zij zal een zoon voortbrengen

en jij zult als zijn naam uitroepen:
Jezus!-
want híj zal zijn gemeente redden
van hun zonden!

22


Heel dit is geschied

opdat vervuld zal worden
wat vanwege de Heer is gezegd
door de profeet die zegt:

23


zie, de maagd zal het in de schoot krijgen

en een zoon voortbrengen,
en als zijn naam zullen ze uitroepen
‘Immanoeël’ (Jes. 7,14);
vertaald is dat: met ons is God!

24


Jozef, ontwaakt uit de slaap, doet

zoals de aankondig-engel van de Heer
hem heeft opgedragen
en neemt zijn vrouw bij zich;

25


Hij heeft haar niet bekend

totdat zij een zoon voortbrengt;
en hij roept als zijn naam uit: Jezus!