Instellingen

35


één uit hen, een wetgeleerde,

stelt een vraag
om hem op de proef te stellen:

36


leermeester, wat is in de Wet

een groot gebod?

37


Hij verklaart hem:

‘liefhebben zul je de Heer, je God
met heel je hart en heel je ziel
en heel je verstand’ (Deut. 6,5);

38


dat is het grote en eerste gebod;

39


een tweede, daaraan gelijk:

‘liefhebben zul je je naaste als jezelf’

(Lev. 19,18);

40


aan deze twee geboden

hangt heel de Wet en de profeten!