Instellingen

18


Hij zegt: gaat heen, de stad in,

naar die-en-die, en zegt tot hem:
de leermeester zegt:
mijn moment is nabij, ik houd* Letterlijk: ik doe.
met mijn leerlingen
het Pesach bij ú!

19


Dan doen de leerlingen

zoals Jezus hun heeft opgedragen,
en zij maken het pesach* Of: het paaslam. gereed.

20


Toen de schemering geschiedde

is hij met de twaalf gaan aanliggen.

21


Terwijl zij eten, zegt hij:


amen is het, zeg ik u,

dat één uit u mij zal overgeven!

22


Heel bedroefd beginnen zij

tot hem te zeggen, elkéén:
ík ben het toch niet, heer?

23


Ten antwoord zegt hij:

wie met mij de hand indoopt in de schaal,
díe zal mij overgeven;

24


de mensenzoon gaat wel heen

zoals over hem is geschreven,
maar wee die mens door wie
de mensenzoon wordt overgegeven;
het zou goed voor hem zijn
als hij niet geboren was, die mens!

25


Ten antwoord zegt Judas,

die hem heeft overgegeven:
ík ben het toch niet, rabbi?
Hij zegt tot hem: jíj zegt het!

26


Terwijl zij eten neemt Jezus een brood.

Na een zegenspreuk breekt hij het.
Hij geeft het aan de leerlingen
en zegt: neemt, eet; dit is mijn lichaam!

27


Hij neemt een drinkbeker.

Na een dankzegging
geeft hij die aan hen en zegt:
drinkt hieruit allen;

28


want dit is mijn bloed van het verbond,

dat voor velen wordt vergoten
tot vergeving van zonden;

29


maar ik zeg u: ik zal van nu af niet drinken

van dit voortbrengsel van de wijnstok
tot op die dag
wanneer ik dít nieuw met u drink
in het koninkrijk van mijn Vader!

30


Ze zingen de lofpsalmen

en gaan naar buiten,
naar de Olijfberg.