Instellingen

17


Maar als enkele van de takken

zijn weggebroken
en jij, een wilde olijfloot,
als enting daartussen bent gestoken
en mede-deelgenoot van de wortel,
van de vettigheid van de olijfboom,
bent geworden,

18


beroem je dan niet tegen de andere takken;

áls je je beroemt:
‘niet jíj torst de wortel
maar de wortel jou!’

19


Dan zul je zeggen:

er zijn takken weggebroken
opdat ík ingestoken zou worden…

20


Dat is waar;

maar door het gebrek aan geloof
zijn zij weggebroken,
en jij, jij staat er door het geloof;
verbeeld je niet te hoge dingen,
nee, heb ontzag.

21


Want als God de takken

die er van nature bijhoren
niet heeft ontzien,
zal hij ook jou niet ontzien!

22


Zie dan Gods goedertierenheid

én gestrengheid:
over die zijn gevallen
komt wel zijn gestrengheid
maar over jou Gods goedertierenheid,
als je volhardt bij die goedertierenheid,-
anders zul jij óók worden weggekapt.

23


Maar ook zíj zullen eens, als ze niet

volharden in hun ongeloof,
als entingen worden ingestoken;
want God is bij machte
hen opnieuw als enting in te steken.

24


Want als jij bent weggekapt

uit de wilde olijf
waar je naar je natuur bij hoort
en tegen je natuur bent ingestoken
in een edele olijf,
hoeveel makkelijker zullen dan zij
die er van nature bijhoren
worden ingestoken in de eigen olijf!

25


Want opdat ge niet (al te)

wijs zijt met uzelf,
wil ik u, broeders-en-zusters,
niet onkundig laten van dit geheimenis:
een verharding is voor een deel
over Israël gekomen,
totdat de volheid der volkeren
binnenkomt,

26


en zó zal heel Israël worden gered,

zoals geschreven staat:
‘komen zal uit Sion de verlosser,
afwenden zal hij van Jakob
de goddeloosheid;

27


dit is het verbond van mij met hen

wanneer ik hun zonden wegneem’.

(Jes. 59,20-21; 27,9)