Instellingen

13


en in het midden van de kandelaren

iemand als een mensenzoon,
bekleed met een gewaad
dat tot de voeten reikte
en met een gouden gordel
tot aan de borst omgord;

14


zijn hoofd en zijn haren wit als witte wol,

als sneeuw,
en zijn ogen als een vuurvlam,

15


en zijn voeten gelijk koperbrons

als in een oven gloeiend gemaakt,
en zijn stem als een stem van vele wateren;

16


in zijn rechterhand had hij zeven sterren;

uit zijn mond kwam een tweesnijdend
scherp zwaard
en zijn aanschijn schitterde als de zon
in haar kracht.