Terug naar zoeken
3:1


Dan recht Jozua in de ochtendvroegte

zijn schouders
en breken ze op uit Sjitiem;
ze komen tot aan de Jordaan,
hijzelf en alle zonen Israëls;
ze overnachten dáár, voordat ze oversteken.

3:2


En het geschiedt

na verloop van drie dagen:
dan steken de opzieners over
   midden door de legerplaats.

3:3


Zij gebieden de gemeente en zeggen:

zodra ge ziet
de ark van het verbond van de Ene, uw God,
en dat de priesters onder de Levieten
hem dragen,
zult gij
opbreken van uw plek
en achter hem aan gaan,-

3:4


echter: afstand moet er zijn

tussen u en hem,
zo’n tweeduizend el volgens de maat;
nadert nooit tot hem!-
opdat ge de weg zult weten
waarover ge moet gaan,
want die weg zijt ge gister en eergister
   niet overgestoken!

••

3:5


Dan zegt Jozua tot de gemeente: heiligt u,

want morgen
doet de Ene in uw midden wonderen!

3:6


Dan zegt Jozua tot de priesters, hij zegt:

draagt de ark van het verbond
en steekt over,
   voor het aanschijn van de gemeente uit!

Dan dragen ze de ark van het verbond
en gaan
   voor het aanschijn van de gemeente uit.

••

3:7


Dan zegt de Ene tot Jozua:

op deze dag
zal ik beginnen jou groot te maken
in de ogen van heel Israël,
zodat zij zullen weten:
ja,
zoals ik met Mozes ben geweest
   zal ik zijn met jou!-

3:8


en jij,

jij zult de priesters gebieden,
de dragers van de ark van het verbond,
   en zeggen:

zodra ge zijt gekomen
bij de rand van het water van de Jordaan
zult ge in de Jordaan stilstaan!
••

3:9


Dan zegt Jozua tot de zonen Israëls:

treedt nader hierheen
en hoort
de woorden van de Ene, uw God!

3:10


Dan zegt Jozua:

hieraan zult ge weten
dat een godheid die lééft in uw midden is:
ontervend zal hij voor uw aanschijn onterven
   de Kanaäniet, de Chitiet en de Chiviet;

de Periziet en de Girgasjiet,
de Amoriet en de Jeboesiet;

3:11


ziehier de ark van het verbond

van de Heer van heel het aardland,-
voor uw aanschijn uit
   overstekend door de Jordaan;

3:12


welnu,

neemt u twaalf man
uit de stammen van Israël,-
één man, één man voor een stam;

3:13


geschieden zal het:

zodra de holten van de voeten der priesters,
de dragers van de ark van de Ene,
   Heer van heel het aardland,
   rusten in de wateren van de Jordaan,

zullen de wateren van de Jordaan
   worden afgesneden,

de wateren die neerdalen van boven af;
zij zullen stilstaan als één dam!

3:14


En het geschiedt

als de gemeente opbreekt uit hun tenten
om de Jordaan over te steken,-
met de priesters,
de dragers van de ark van het verbond,
   voor het aanschijn van de gemeente uit:

3:15


zodra

de dragers van de ark aankomen
   bij de Jordaan

en de voeten van de priesters,
   de dragers van de ark,

gedoopt zijn in de rand van het water,-
en de Jordaan
staat vol over al zijn oevers heen,
alle dagen van oogst,-

3:16


staan stil

de wateren die neerdalen van boven af,
   ze zijn opgestaan als één dam,

zeer ver weg, bij Adam,
   de stad terzijde van Tsaretan;

en die neerdalen
op de zee van de vlakte, de Zoutzee,
   zijn ten einde gegaan, ze zijn afgesneden;

de gemeente: overgestoken
   zijn ze tegenover Jericho.

3:17


Stil staan de priesters,

de dragers van de ark
   van het verbond van de Ene,
   op het droge,
   opgesteld beneden in de Jordaan,

terwijl allen van Israël
oversteken over dat droge
totdat allen van dit volk
   het voleindigd hebben

de Jordaan over te steken.

Lees hoofdstuk 2 | Lees hoofdstuk 4