Instellingen

31


of zomaar een koning die vertrekt

om met een andere koning
samen te treffen voor een oorlog,
zal hij niet eerst gaan zitten en zich beraden
of hij bij machte is
met tien duizendtallen
hem te ontmoeten
die met twintig duizendtallen
op hem afkomt?-

32


maar zo niet, dan zal hij

als hij nog ver weg is
een afvaardiging uitzenden
en vragen naar wat tot vrede leidt;

33


welnu, zo geldt voor een ieder van u:

wie niet afscheid neemt
van al wat hemzelf toebehoort
is niet bij machte mijn leerling te wezen!-

34


welnu, kostelijk is het zout,

maar als zelfs zout flauw wordt,
waarmee moet er dan afgewerkt worden?-

35


op land kan het niet terecht

en op een mestvaalt ook niet:
buiten werpen ze het weg!-
wie oren om te horen heeft moet horen!