Instellingen

31


Meer naar beneden komt hij aan in Kafarnaoem,

een stad in Galilea,
en heeft hun op de sabbatdagen onderricht.

32


Ze hebben versteld gestaan over zijn onderricht,

want zijn spreken is met gezag geweest.

33


Er is in de samenkomst een man geweest

met geestesadem van een onreine demonie;
die schreeuwt met grote stem:

34


hé, is er iets tussen ons en jou,

Jezus Nazarener?-
kom je ons vernietigen?-
ik wéét wie je bent: de heilige van God!

35


En Jezus straft hem af en zegt:

zwijg en ga uit hem weg!
De demonie smijt hem naar het midden,
maar gaat uit hem weg
zonder hem in iets te schaden.

36


Er geschiedt verwondering over allen;

ze hebben er samen over gepraat
en tot elkaar gezegd:
wat is dit voor spreken,
dat het met macht en kracht
aan de onreine geesten een bevel geeft
en zij weggaan?

37


Het gerucht over hem is uitgetrokken

naar elke plaats in de streek.

38


Maar hij staat op, de samenkomst uit

en komt het huis van Simon binnen.
De schoonmoeder van Simon is in de greep
van een groot koortsvuur
en ze vragen hem om hulp voor haar.

39


Hij gaat aan haar hoofdeind staan

en bestraft het koortsvuur,
en dat laat haar los;
onmiddellijk is zij opgestaan
en hen gaan bedienen!

40


Maar bij het ondergaan van de zon

leiden allen die zieken hebben gehad
met velerlei kwalen
hen tot hem;
hij heeft aan elk van hen de handen opgelegd
en geneest hen.

41


Maar uit velen zijn ook demonieën weggegaan,

schreeuwend en zeggend
‘jij bent de zoon van God!’.
Hij straft ze af
en staat ze niet toe uit te spreken
dat zij weten dat hij de Gezalfde is.

42


Maar als het dag wordt

komt hij naar buiten
en trekt weg naar een plek in de woestijn;
en de scharen hebben hem opgezocht,
komen tot hem
en hebben hem vastgehouden,-
dat hij niet van hen zou wegtrekken!

43


Maar hij zegt tot hen:

‘ook aan de overige steden
moet ik het koningschap van God
aankondigen,-
omdat ik dáárvoor ben uitgezonden!’,

44


en is gaan prediken

in de samenkomsten van Judea.