17:1


Zes dagen daarna neemt Jezus

Petrus, Jakobus en diens broer Johannes
met zich mee
en brengt hen een hoge berg op,
in afzondering.

17:2


En vóór hen

verandert hij van gedaante:
zijn aanschijn straalt als de zon,
en zijn kleren worden wit als het licht.

17:3


En zie, aan hen laat Mozes zich zien

en Elia,
met hem in samenspraak.

17:4


Ten antwoord

zegt Petrus tot Jezus:
heer, góed is het dat wij hier zijn!-
als u het wilt
zal ik hier drie tenten maken:
voor u één, voor Mozes één en voor Elia één!

17:5


Terwijl hij nog spreekt,

zie, een lichtende wolk
overschaduwt hen;
en zie, vanuit de wolk een stem
die zegt: dit is mijn zoon, de geliefde,
in wie ik welbehagen heb:
hoort naar hém (Deut. 18,15)!

17:6


Als ze dat horen

vallen de leerlingen op hun aanschijn;
ze zijn zéér bevreesd.

17:7


Jezus komt nader

grijpt hen aan en zegt:
waakt óp en vreest niet!

17:8


Ze heffen hun ogen op

en zien niemand behalve hém:
Jezus, alleen.

17:9


Als ze afdalen uit het bergland

gebiedt Jezus hun en zegt hij:
dit vergezicht,- zegt het aan niemand
totdat de mensenzoon
uit de doden is opgewekt!

Matteüs 17,1-9 In afzondering

De kerk van nu wil graag een open kerk zijn. Ze wil midden in de samenleving staan. Haar bouwsels dragen namen als: De Open Hof, en: Kerk Zonder Drempel, en: Het Zeer Toegankelijk Heiligdom. Iedereen v.h. welkom in onze pluraliteit! Alleen zijn deze kerken vrijwel altijd dicht. En als ze wel eens open zijn (vaak op een zondag), is sterk te ruiken dat de lucht er zeer oud is. Maar dat terzijde.

De ideologie van de Open Kerk Voor Iedereen heeft natuurlijk legio bijbelteksten ter beschikking. Neem het zendingsbevel aan het einde van Matteüs. Heeft Jezus zijn leerlingen er zelf niet op uit gestuurd? En zou Hij ergens een grotere hekel aan hebben dan aan een introverte kerk? Zie je niet voortdurend dat zijn Geest mensen uit hun vrome bespiegelingen blaast, de wereld in? Nou dan. Ingerukt, mars!

Maar er is een andere kant van het verhaal: die van de afzondering, de inkeer, de geheimhouding, de arcaandiscipline, het klooster, de bevinding, de devotie, de gesloten hof (Hooglied 4,12). In een oud boekje vol ‘dagelijkse oefeningen’ las ik hierover. Als we op een berg willen geraken, een geestelijk vergezicht willen genieten (vs. 9), ‘soo moeten wy dickwils ter zijden gaen uyt het gewoel des werelts: wy moeten vergeten ons volk, onse vrienden, ons maegschap, ende het huys van onse ouders; wy en mogen nimant aenhangen als Jesus alleen, om eenen geest met hem te worden.’

Waarom zouden we voortdurend met alles en iedereen in contact moeten staan? Waarom zou de kerk midden in de wereld moeten staan? Is de aanwezigheid van de kerk niet juist gekwalificeerd door een heel bijzonder soort afwezigheid? Is de aanstaande bruid niet juist te herkennen aan haar ietwat afwezige blik? Ze is nog vol van een rendez-vous. Mensen, wat ging haar hart tekeer. Ze verlangt opnieuw naar hem. Wat kan haar de hele wereld schelen?

De wereld kijkt er vreemd van op: ik ben toch de enige realiteit? Ja, ja hoor, geeft het meisje toe. Maar ze is er met haar gedachten overduidelijk niet bij.

Wouter van Voorst