| 10:1 | Vraagt van de Ene regen in de tijd van lentebuien als de Ene onweerswolken maakt; een stortregen zal hij aan hen geven, groen op het veld aan een ieder.
|
| 10:2 | Want de terafiem hebben bedrog gesproken, en de waarzeggers hebben een leugen geschouwd, waandromen spraken ze uit, ijle lucht was de troost die ze boden; daarom hebben zij gedwaald als schapen, zijn zij ontredderd geraakt omdat er geen herder was! •
|
| 10:3 | Tegen de herders is mijn woede ontstoken, aan de bokken zal ik bezoeking doen; ja, bezoeken zal de Ene, de Omschaarde, zijn kudde, het huis Juda, en hen maken als een paard dat glanst in de strijd.
|
| 10:4 | Vanuit hem de hoeksteen, vanuit hem de tentpin, vanuit hem de strijdboog,- vanuit hem vertrekt elke drijver; samen
|
| 10:5 | zullen zij als helden zijn die het slijk van de straten vertrappen in de strijd, en strijden zúllen zij, omdat de Ene met hen is; beschamen zullen zij de berijders van paarden;
|
| 10:6 | het huis Juda maak ik heldhaftig, en het huis van Jozef red ik; ik zal hen doen terugkeren want ik heb mij over hen ontfermd, en worden zullen zij alsof ik hen nooit heb verstoten; want ik ben de Ene, hun God, en ik zal hen verhoren;
|
| 10:7 | die van Efraïm zullen worden als een held, en hun hart zal verheugd zijn als van wijn; hun zonen zullen het zien en verheugd zijn, hun hart zal jubelen om de Ene;
|
| 10:8 | ik zal naar hen fluiten en hen vergaren, want ik heb hen vrijgekocht; even talrijk als ze waren zullen ze weer worden;
|
| 10:9 | zaai ik hen uit onder de gemeenschappen, in die verre streken denken zij aan mij; ze zullen leven bij hun kinderen, en terugkeren!-
|
| 10:10 | ik zal hen laten terugkeren uit het land Egypte en uit Asjoer hen vergaderen; in het land van Gilead en in Libanon laat ik hen komen tot er voor hen niets meer is te vinden;
|
| 10:11 | de zee die hen benauwt zullen ze oversteken, op zee zal ik de golven slaan en droogvallen zullen alle diepten van de Nijl; vernederd wordt dan de trots van Asjoer, en Egyptes staf zal verdwijnen;
|
| 10:12 | heldenmoed hebben zij door de Ene, in zijn naam kunnen zij voortgaan,- is de tijding van de Ene. ••
|
| Lees hoofdstuk 9 | Lees hoofdstuk 11 |