Instellingen

15


Dan zegt God tot Abraham:

Sarai, je vrouw,-
roep als haar naam niet meer ‘Sarai’,-
   vorstin voor mij,

nee, ‘Sarah’* Uit te spreken als en hierna gespeld ‘Sara’.,- vorstin! is haar naam;

16


zegenen zal ik haar

en ook zal ik je uit haar geven: een zoon;
zegenen zal ik haar
   en tot volkeren zal zij worden:

koningen van gemeenschappen
   zullen er uit haar worden!