Dan zegt Jozef tot zijn broeders: treedt nader tot mij!, en zij treden nader; hij zegt: ik ben Jozef, de broeder van jullie die mij naar Egypte verkocht hebben;
welnu, weest niet bedroefd en laat het niet in jullie ogen branden dat jullie mij hierheen hebt verkocht: want tot levensbehoud heeft God mij voor jullie aanschijn uit hierheen gezonden;
6
want twee jaren nu is de honger midden in het land; en nog vijf jaren zijn er, zonder ploegvoor of oogst!-
7
God zendt mij voor jullie aanschijn uit om van jullie een rest op het aardland in te zetten en om van jullie er in leven te houden voor een grote redding;
8
welnu, niet júllie hebben mij hierheen gezonden maar God; hij heeft mij gesteld tot vader voor Farao, tot heer voor heel zijn huis en heerser in heel het land van Egypte;