Instellingen

20


Dan maakt Noach als man
   van de –rode– grond een begin:

hij plant een wijngaard.

21


Hij drinkt van de wijn en wordt dronken;

hij ontbloot zich binnen in zijn tent.

22


Dan ziet

Cham, de vader van Kanaän,
de naaktheid van zijn vader aan,
en meldt die aan zijn twee broers buiten.

23


Sem neemt, met Jafet, de mantel,

en legt die op de schouders van hen tweeën;
ze lopen achteruit
en dekken
de naaktheid van hun vader toe;
met hun aanschijn naar achteren gericht
hebben ze de naaktheid van hun vader
   niet gezien.