Instellingen

32


Koning David zegt:

roept voor mij
Tsadok de priester, Natan de profeet
en Benajahoe de zoon van Jehojada!-
en die komen
   voor het aanschijn van de koning.

33


De koning zegt tot hen:

neemt de dienaren van uw heer mee,
laat mijn zoon Salomo rijden
op de muilezelin die ik heb,-
en laat hem afdalen naar Gichon!-

34


zalven zal hem daar: Tsadok de priester,
   en Natan de profeet, tot koning over Israël;

ge zult stoten geven op de ramshoorn
en zeggen:
leve koning Salomo!-

35


ge zult in zijn gevolg weer opklimmen

en eenmaal gekomen zal hij gaan zitten
   op mijn troon

en zal hij koning zijn in mijn plaats!-
hem heb ik geboden om leidsman te worden
voor Israël en voor Juda!

36


Dan antwoordt Benajahoe, de zoon van
   Jehojada, de koning en zegt hij: amen!,

zo zegge ook de Ene,
de God van mijn heer de koning!-

37


zoals de Ene
   geweest is met mijn heer de koning,

zó zij hij met Salomo!-
groter moge hij diens troon maken
dan de troon
van mijn heer, koning David!

38


Tsadok de priester daalt af,
   met Natan de profeet,
   Benajahoe, de zoon van Jehojada

en de Kreti en de Pleti,
en zij laten Salomo rijden
op de muilezelin van koning David;
ze gaan met hem naar Gichon.

39


Dan haalt Tsadok de priester
   de hoorn met olie
   uit de tent

en zalft hij Salomo;
ze geven stoten op de ramshoorn
en allen van de gemeenschap zeggen:
leve koning Salomo!

40


Heel de gemeenschap, zij klimmen op

hem achterna
fluitspelend op de fluiten,
met een zo groot betoon van vreugde
dat de aarde splijt van hun geluid.