Instellingen

1


Het geschiedt

na de hier besproken zaken:
er is een wijngaard toegevallen
   aan Nabot de Jizreëliet die in Jizreël woont,-

terzijde van de paleishal van Achab,
koning van Samaria.

2


Dan spreekt Achab tot Nabot en zegt:
   geef mij je wijngaard,
   dan wordt die mij tot moestuin,

omdat hij zo dicht naast mijn huis ligt;
in plaats daarvan geef ik jou
een wijngaard die nog beter is dan deze;
en als dat beter is in je ogen
geef ik je z’n koopprijs in zilver!

3


Maar Nabot zegt tot Achab:

dat zij verre van mij, vanwege de Ene,
om het erfgoed van mijn vaderen
   aan u te geven!

4


Achab komt zijn huis binnen,
   boos en verbolgen

over het gesprokene
   dat tot hem heeft gesproken

de Jizreëliet Nabot,
toen hij zei:
ik geef u het erfgoed van mijn vaderen niet!
Hij legt zich neer op zijn bed,
draait zijn aanschijn af
   en heeft geen stukje brood gegeten.