Instellingen

1


Als Pasjchoer,

zoon van Imeer de priester,
-hij is als voorganger aangesteld
   in het huis van de Ene,-

hoort hoe Jeremia
deze woorden profeteert,

2


laat Pasjchoer

de profeet Jeremia geselslagen geven,-
en in het blok sluiten
in de bovenste Benjaminpoort
van het huis van de Ene.

3


De volgende morgen geschiedt het

als Pasjchoer Jeremia vrijlaat uit het blok
dat Jeremia tot hem zegt:
niet ‘Pasjchoer’ heeft de Ene
   als naam voor jou uitgeroepen,

maar ‘Magor Misaviev’,-
   verschrikking rondom.

4


Want zo heeft gezegd de Ene:
   zie, ik ga je uitgeven tot verschrikking
   voor jouzelf en voor allen die je liefhebben:

vallen zullen zij door het zwaard
   van hun vijanden,
   terwijl jouw ogen het aanzien;

heel Juda
geef ik de koning van Babel in de hand,
die hen in ballingschap zal wegvoeren
   en slaan met het zwaard.

5


Prijsgeven zal ik alle bezit van deze stad,

al haar arbeid en al haar kostbaarheid,-
en alle schatten van de koningen van Juda
geef ik hun vijanden in de hand
om ze buit te maken, mee te nemen
en er mee aan te komen in Babel.

6


En jij, Pasjchoer

en alle ingezetenen van je huis,
jullie zullen de kerkering ingaan,-
in Babel zul je aankomen,
daar zul je sterven en daar word je begraven,
jij en allen die jou liefhebben,
aan wie jij leugens hebt laten profeteren!
••

7


Gij hebt mij meegelokt, Ene,
   en ik liet mij lokken,

gegrepen hebt gij mij en gij hebt overmocht!-
ik ben iemand geworden om over te lachen
   heel de dag,

alles drijft met mij de spot.

8


Ja, telkens als ik wil spreken
   schreeuw ik het uit,

‘geweld!’ roep ik dan, en ‘terreur!’,-
ja, het spreken van de Ene is mij geworden
   tot smaad en schimp, heel de dag.

9


Zeg ik dan: ik zal niet aan hem denken

en niet meer spreken in zijn naam,-
hij is in mijn hart geworden
   als een brandend vuur,

opgesloten in mijn beenderen;
ik heb mij doodmoe gemaakt
   om het in te houden
   en ik kan het niet!

10


Ja, ik heb de praat van velen gehoord:
   verschrikking rondom?-

meldt dat, dan kunnen wij het melden!
Elke sterveling in vrede met mij,-
ze wachten op een uitglijder van mij:
misschien laat hij zich verlokken
   en kunnen wij hem aan,-

en onze gram bij hem halen!

11


Maar de Ene is met mij
   als een held, een tiran,

daarom zullen mijn achtervolgers
   struikelen en tot niets in staat zijn:

ze zullen zich diep ervoor schamen
   dat ze er niets van begrepen hebben,-

een eeuwigdurende schande
   die niet zal worden vergeten.

12

Ene, Omschaarde,
   die een rechtvaardige proeft,
de nieren en het hart aanziet,-
ik wil uw wraak op hen zien,
want ik heb mijn geding gewenteld op u!
••

13


Zingt voor de Ene, looft de Ene,-

want hij heeft de ziel van een arme gered
   uit de hand van wie kwaad doen!

••

14


Vervloekt zij de dag

waarop ik ben geboren,-
de dag dat mijn moeder baarde,
   nooit worde die gezegend!

15


Vervloekt zij de man

die mijn vader het nieuws bracht en zei:
jou is een kind geboren, een zoon!,
en met vreugde hem verheugde;

16


worden moge die man

als de steden die de Ene
   heeft omgekeerd
   zonder het te berouwen;

horen moge hij geschreeuw in de ochtend
en krijgsgeschal in de middagtijd!,

17


omdat hij mij niet gedood heeft
   in de moederschoot,-

dan was mij mijn moeder mijn graf geworden
en haar schoot eeuwig zwanger geweest!

18


Waarom toch ben ik uit de moederschoot
   weggegaan

om kommer en kwel te zien,-
en hoe mijn dagen in schaamte vergaan!