Instellingen

31


Zie, er zijn dagen op komst,
   is de tijding van de Ene,-

dat ik met het huis Israël
   en het huis Juda

een nieuw verbond zal smeden;

32


niet als het verbond

dat ik met hun vaderen smeedde
ten dage dat ik hen bij de hand greep
en hen uitleidde uit het land Egypte,-
want toen hebben zij
   mijn verbond verbroken,

terwijl ik het met hen aangegaan was,-
   is de tijding van de Ene;

33


nee, dít is het verbond
   dat ik met het huis Israël zal smeden
   na die dagen, is de tijding van de Ene:

ik zal mijn onderricht geven in hun binnenste
en in hun hart schrijven;
wezen zal ik hun tot God,
en zij zullen mij worden tot gemeente;

34


niet langer hoeven ze dan

ieder zijn naaste en ieder zijn broeder
   te leren en te zeggen:

ge moet de Ene kennen!,
want allen zullen zij hem al kennen,
   van de kleinste bij hen tot hun grootste,
   is de tijding van de Ene,

want ik zal hun ongerechtigheid vergeven
en aan hun zonde niet langer denken!
••