Instellingen

22


Zó heeft gezegd mijn Heer, de Ene:

zelf zal ik
uit de kruin van de meest verheven ceder
   nemen en geven,-

uit de top van zijn loten
   een teer twijgje plukken

en zelf zal ik dat poten
op een hoge maar heuvelachtige berg;

23


op de meest verheven berg van Israël
   zal ik het poten,

het zal takken dragen
   en vrucht voortbrengen

en een geweldige ceder worden;
onder hem zullen wonen
allerlei vogels van allerlei vleugel,
in de schaduw van zijn bladeren
   zullen die wonen;

24


weten zullen alle bomen op het veld

dat ík, de Ene,
   een hoge boom vernederd heb

en een laagstam-boom verhoogd heb;
een sappige boom liet ik verdrogen
en een dorre boom bracht ik tot bloei;
ík, de Ene,
   heb dit gesproken en zal het doen!