Instellingen

20


de ziel die zondigt, die zal sterven;

een zoon draagt het onrecht
   van zijn vader niet

en een vader draagt het onrecht
   van de zoon niet,

de gerechtigheid van de gerechte
   komt op hemzelf neer

en het boze van de boosdoener
   komt op hemzelf neer;

••

21


wanneer de boosdoener

zich afkeert van al zijn zonden
   die hij heeft gedaan

en al mijn inzettingen zal bewaken
en recht en gerechtigheid zal doen,-
leven, ja leven zal hij en niet sterven;

22


alle misstappen die hij heeft gedaan

worden hem niet meer toegedacht;
om zijn gerechtigheid die hij is gaan doen
   zal hij leven;

23


zou ik behaaglijk behagen scheppen
   in de dood van een boosdoener?,

is de tijding van mijn Heer, de Ene,-
en niet dat hij omkeert van zijn wegen
   en zal leven?-

••

24


maar als een rechtvaardige zich afkeert
   van zijn gerechtigheid en onheil doen zal,-

overeenkomstig alle gruwelen
   die de boosdoener

heeft gedaan zou hij doen en leven?-
aan al zijn gerechtigheid die hij heeft gedaan
   zal niet meer worden gedacht:

door zijn ontrouw
   waarmee hij ontrouw is geworden
   en zijn zonde waarmee hij heeft gezondigd,
   daardoor zal hij sterven!-

25


ge hebt gezegd:

de weg van de Heer is niet vast te stellen!-
hoort toch, huis Israëls,
is mijn weg niet vast te stellen?,
zijn het niet jullie wegen die niet vaststaan?-

26


wanneer een rechtvaardige zich afkeert
   van zijn gerechtigheid en onheil doen zal,
   zal hij daarom sterven;

door zijn onheil dat hij heeft gedaan
zal hij sterven!-
••

27


en wanneer een boosdoener zich afkeert

van zijn boze daden die hij heeft gedaan
en recht en gerechtigheid doet,-
dan houdt hij zijn ziel in leven;

28


hij komt tot inzicht en keert zich af

van al zijn misstappen die hij heeft begaan,-
leven, ja leven zal hij, en niet sterven!-