Instellingen

1


Hij zegt tot mij:

mensenzoon,
wat je nu vindt, eet dat op!-
eet deze rol,
en ga, spreek tot het huisgezin Israël!

2


Ik open mijn mond

en hij geeft mij te eten
deze rol.

3


Hij zegt tot mij:

mensenzoon, geef je buik te eten
   en vul je ingewanden

met deze rol
die ik jou nu geef!
Ik eet haar op
en zij blijkt in mijn mond
   als honing zo zoet.

4


Hij zegt tot mij:

mensenzoon,
ga heen en kom tot het huis Israël,
en spreek tot hen met mijn uitspraken;

5


immers,

niet tot een gemeenschap
   onverstaanbaar van taal en zwaar van tong
   word jij gezonden,-

maar tot het huisgezin van Israël;

6


niet tot vele gemeenschappen

onverstaanbaar van taal en zwaar van tong
wier woorden je niet kunt horen,-
als ik je tot hén zond
zouden zij naar jou horen!-