Instellingen

11


Want zó heeft gezegd mijn Heer, de Ene:

hier ben ik, ikzelf,
ik zal vragen naar mijn wolvee,
   ik zal ze bijeen zoeken;

12


zoals een herder zijn kudde bijeenzoekt
   op de dag dat hij te midden van zijn
   verspreid geraakte wolvee is,

zó zal ik mijn wolvee bijeenzoeken;
redden zal ik hen
uit alle oorden waarheen zij zijn verstrooid
op een dag van wolkendek en duisternis;

13


uitleiden zal ik hen uit de gemeenschappen,

vergaderen zal ik hen uit de landen
en doen komen zal ik hen
   naar hun eigen –rode– grond;

weiden zal ik hen op Israëls bergen,
in de dalen
   en bij alle nederzettingen in het land;

14


op een goede weide zal ik hen weiden

en op de bergen van Israëls hoogvlakte
   zal hun graasplaats zijn;

daar zullen ze zich neervlijen
   op een goede graasplek,

op een vette weide zullen zij weiden
   op Israëls bergen;

15


ikzelf zal mijn wolvee weiden
   en ikzelf laat ze neerliggen,

is de tijding van mijn Heer, de Ene;

16


het verlorene zal ik zoeken en
   het opgedrevene zal ik helpen terugkeren,

het gebrokene zal ik verbinden
en het verzwakte versterken;
over het vette en sterke zal ik waken,
   ik zal het weiden volgens recht en regel;

17


jullie, mijn wolvee,

zó heeft gezegd mijn Heer, de Ene:
hier ben ik, rechtsprekend tussen lam en lam,
voor de rammen en de bokken;