Instellingen

23


heiligen zal ik

mijn grote naam,
nu ontwijd bij de volkeren
sinds gij hem in hun midden hebt ontwijd;
weten zullen de volkeren
   dat ik de Ene ben,

is de tijding van mijn Heer, de Ene,
als ik mij voor hun ogen bij u
de heilige betoon;

24


meenemen zal ik u uit de volkeren en u

vergaderen uit alle landen;
doen komen zal ik u op uw –rode– grond;

25


sprenkelen zal ik over u rein water
   en rein zult ge worden;

van al uw verontreinigingen
   en al uw keutelgoden reinig ik u;

26


geven zal ik u een nieuw hart,

en een nieuwe geest
   zal ik in uw binnenste geven;

verwijderen zal ik uit uw vlees
   het hart van steen

en geven zal ik u een hart van vlees;

27


mijn geest zal ik in uw binnenste geven;

doen zal ik het zo
   dat ge in mijn wetten zult wandelen

en mijn rechtsregels bewaart en ze doen zult;

28


wonen zult ge in het land

dat ik heb gegeven aan uw vaderen;
wezen zult ge mij tot gemeente,
en ik,
ik zal jullie zijn tot God;