Instellingen

21


ik zal mijn glorie
   vrij spel geven bij de volkeren,-

en alle volkeren zullen zien
mijn gerichten die ik zal doen
en mijn hand die ik bij hen zal neerzetten;

22


het huis Israël, weten zullen ze

dat ik de Ene ben, hun God,-
vanaf die dag en voortaan;

23


weten zullen de volkeren
   dat zij door hun eigen ongerechtigheid

in ballingschap weggevoerd zijn,
   het huis Israël;

omdat zij mij ontrouw zijn geworden
heb ik mijn aanschijn voor hen verborgen,-
heb ik hen overgegeven
   in de hand van hun benauwers

en zijn zij gevallen door het zwaard, zij allen;

24


overeenkomstig hun onreinheid
   en hun misstappen heb ik met hen gedaan,-

en heb ik mijn aanschijn voor hen verborgen;
••

25


daarom,

zó heeft gezegd mijn Heer, de Ene:

zal ik de kerkering van Jakob keren
en mij over het huis Israël ontfermen;
ik zal ijveren voor mijn heilige naam;

26


vergeten zullen zij hun smaad

en heel die ontrouw van hen waarmee zij
   tegen mij ontrouw zijn geweest,-

wanneer zij weer veilig zitten
   op hun –rode– grond
   en er niemand is die hen opschrikt,-

27


wanneer ik hen laat terugkeren
   uit de gemeenschappen

en hen zal vergaren
uit de landen van hun vijanden;
ik zal door hen geheiligd worden
voor de ogen van die vele volkeren;

28


weten zullen zij

dat ik, de Ene, hun God ben,
ik die hen in ballingschap wegvoerde
   naar de volkeren

en die hen voortstuurde
   over hun –rode– grond;

ik zal er van hen
   geen daar laten overblijven!-

29


niet langer zal ik mijn aanschijn
   voor hen verbergen,

nu ik over het huis Israël
   mijn Geest heb uitgestort,

is de tijding van mijn Heer, de Ene.