Instellingen

7


Hij zegt tot mij:

mensenzoon, dit is de plaats
   van mijn troon,

en dit is de plaats
   voor de holten van mijn voet

waar ik te midden van de zonen Israëls
   wil wonen voor eeuwig;

zij, de zonen Israëls, zullen niet langer
   mijn heilige naam verontreinigen,-

zij noch hun koningen met hun hoererij
en met de lijken van hun koningen
   in hun midden,

8


door hun drempel plaats te geven
   naast mijn drempel

en hun deurpost zij-aan-zij
   met mijn deurpost,

met slechts de wand tussen mij en hen;
ze hebben mijn heilige naam verontreinigd
door de gruweldaden die ze hebben gedaan
en in mijn woede heb ik een eind aan hen
   gemaakt;

9


zullen zij nú

hun hoererij en de lijken van hun koningen
   verre van mij houden,-

wonen zal ik dan in hun midden
   voor eeuwig!-

••