Instellingen

1


Dan laat hij mij omkeren

in de richting van de buitenste poort
   van het heiligdom

die naar het oosten is gewend,-
maar die is gesloten.

2


De Ene zegt tot mij:

deze poort moet gesloten blijven
   en mag niet worden geopend;

niemand mag daardoor binnenkomen,
want de Ene, de God van Israël,
   is daardoor binnengekomen;

blijvend zal hij gesloten zijn;

3


alleen de verhevene:

een verhevene is hij, hij mag daarin zitten
om voor het aanschijn van de Ene
   het brood te eten;

langs de weg van de voorhal van de poort
   zal hij binnenkomen

en langs die weg naar buiten gaan!

4


Langs de weg van de noorderpoort
   laat hij mij aankomen
   bij het aanschijn van het Huis;

ik zie,
en ziedaar,
   vervuld heeft de glorie van de Ene
   het huis van de Ene;

ik val neer op mijn aanschijn.

5


Dan zegt tot mij de Ene:

mensenzoon,
zet je hart erop, zie met je ogen
   en hoor met je oren

al wat ik bij jou uitspreek
over alle inzettingen
   voor het huis van de Ene

en over alle onderrichtingen daarvoor;
zet je hart erop wie het huis binnenkomen
en op allen die het heiligdom uitgaan;

6


zeggen zul je tot die weerspannigen,
   tot het huis Israël:

zó heeft gezegd mijn Heer, de Ene:
hebt ge genoeg van al uw gruweldaden,
   huis Israël?,

7


nu ge zonen
   uit den vreemde hebt laten binnenkomen,

onbesnedenen van hart
   en onbesnedenen van vlees,

om in mijn heiligdom te zijn
   en mijn huis te ontwijden,-

en nu ge als brood voor mij vet en bloed
   hebt doen naderen

en bij al uw gruweldaden
het verbond met mij hebt verbroken;

8


ge zijt niet waakzaam geweest
   in het waken over wat mij heilig is,

en hebt hen aangesteld
als bewakers van wat ik in mijn heiligdom
   aan u te bewaken heb gegeven!-

9


zo heeft gezegd mijn Heer, de Ene:

welke zoon uit den vreemde ook,
onbesneden van hart
   en onbesneden van vlees,

hij zal in mijn heiligdom niet komen;
evenzo elke zoon uit den vreemde
die er
in het midden van Israëls zonen zijn zal;

10


maar de Levieten

die zich van mij verwijderd hebben
toen Israël afdwaalde
   en zij van mij afdwaalden,

hun keutelgoden achterna:
zij zullen hun ongerechtigheid
   moeten dragen;

11


zij zullen in mijn heiligdom
   bedienden worden

in aanstellingen bij de poorten van het huis,
die het huis ten dienste staan;
zij zullen voor de gemeente
   de opgangsgave slachten
   en het gewone offer,

zij zullen voor hun aanschijn staan
   om hen te bedienen;

12


omdat zij

hun ten dienste stonden
   voor het aanschijn van hun keutelgoden

en voor het huis Israël
   een struikelblok
   van ongerechtigheid geweest zijn;

daarom heb ik mijn hand over hen opgetild
en zullen zij hun onrecht moeten tillen;

13


zij zullen niet meer nadertreden tot mij
   om voor mij priester te zijn

en om nader te treden tot al mijn heiligheden,
tot de heiligste van de heilige dingen;
zij zullen hun smaad moeten dragen,
en hun gruweldaden die ze hebben gedaan;

14


ik heb hun de taak gegeven

van wachters in de bewaking van het huis,-
voor heel het dienstwerk daarin
en voor alles wat daarin is te doen!-

15


maar de Levitische priesters,
   zonen van Tsadok,

die, toen de zonen Israëls
   van mij wegdwaalden,

waakzaam zijn geweest in de bewaking
   van mijn heiligdom,

zij mogen tot mij naderen
   om mij van dienst te zijn;

zij mogen voor mijn aanschijn staan
om tot mij te doen naderen vet en bloed,
is de tijding van mijn Heer, de Ene;

16


zij mogen komen in mijn heiligdom,

zij mogen naderen tot mijn tafel
   om mij van dienst te zijn;

waakzaam zullen zij wezen
   in wat ik te bewaken geef;

17


laat het geschieden,

als zij de poorten van de binnenste voorhof
   binnenkomen,

dat zij zich in gewaden van linnen kleden;
laat over hen geen wol opkriebelen
als zij dienst doen
in de poorten van de binnenste voorhof
   en in het huis;

18


laten er tulbanden van linnen
   op hun hoofd wezen

en laten er linnen lendedoeken
wezen om hun lendenen;
laten ze zich niet omgorden
   met iets zweterigs;

19


en wanneer zij weer weggaan
   naar de buitenste voorhof,

naar de buitenste voorhof naar de gemeente,
laten ze daar dan hun gewaden
waarin ze dienst doen
uittrekken en ze neerleggen in de kamers
   van het heiligdom;

kleden moeten ze zich in andere gewaden
opdat ze de gemeente niet verheiligen
   met hun gewaden;

20


ze mogen hun hoofd niet kaalscheren

en hun lokken niet los laten hangen:
als er geknipt wordt
   moeten ze hun hoofdharen
   laten knippen;

21


en elke priester: ze zullen geen wijn drinken,-

als ze naar de binnenste voorhof komen;

22


geen weduwe of verstotene

mogen zij zich tot vrouwen nemen,-
alleen maagden
uit zaad van het huis van Israël
of een weduwe die weduwe wordt
van een priester mogen ze nemen;

23


zij moeten mijn gemeente onderrichten

in het verschil tussen heilig en gewoon,-
en dat tussen onrein en rein
   moeten ze hen laten weten;

24


bij een geding

moeten zij klaarstaan om recht te spreken,
volgens mijn rechtsregels
   zullen zij rechtspreken;

over mijn onderrichtingen, mijn inzettingen
op al mijn samenkomsten moeten ze waken
en mijn sabbatten zullen ze heiligen;

25


bij een dode mens

mogen ze niet komen
   en zich zo verontreinigen;

alleen aan een vader,
een moeder, een zoon, een dochter,
   een broer

of een zuster
   die nooit van een man geweest is
   mogen ze zich verontreinigen;

26


na zijn reiniging,-

zullen ze voor hem zeven dagen aftellen;

27


op de dag dat hij weer in het heiligdom komt,
   in de binnenste voorhof
   om dienst te doen in het Heilige,

moet hij een ontzondiging
   van hem doen naderen,-

is de tijding van mijn Heer, de Ene;

28


dit zal hun erfdeel wezen:

ik ben hun erfdeel!-
grondbezit
zult ge hun in Israël niet geven:
ik ben hun grondbezit!-

29


de broodgift, de ontzondiging

en de verontschuldiging,
zij zullen die eten,-
en al wat in Israël gebannen wordt
   zal voor hen zijn;

30


het eerste van alles, de eerstelingen van alles
   en elke heffing op alles

uit al uw heffingen,
zal voor de priesters wezen;
ook het eerste van uw gerstegort
   zult ge aan de priester geven,

om zegen op je huis te laten rusten;