verwoesten zal ik haar wijnstok en haar vijgenboom, waarvan zij heeft gezegd: die zijn een gift aan mij die mijn minnaars mij hebben gegeven! Maken zal ik ze tot een woud, en kaalvreten zal hen wat in het wild leeft op het veld;
bezoeking zal ik aan haar doen voor de dagen van de baäls, waarop zij wierookte voor hen, zich tooide met haar neusring en haar halsketting en haar minnaars achternaging,- en mij vergat!, is de tijding van de Ene. •