bezoeking zal ik aan haar doen voor de dagen van de baäls, waarop zij wierookte voor hen, zich tooide met haar neusring en haar halsketting en haar minnaars achternaging,- en mij vergat!, is de tijding van de Ene. •
Daarom… zie, ik ga haar verleiden en zal met haar gaan naar de woestijn; ik zal spreken tot haar hart;
17
geven zal ik haar haar wijngaarden, van dáár uit, en het dal Achor,- sloop, maak ik tot een poort van hoop; eenmaal daar zal zij antwoorden* Of: zingen. als in de dagen van haar jeugd, als ten dage dat zij opklom uit het land Egypte. ••
18
Geschieden zal het te dien dage, is de tijding van de Ene, dat zij tot mij roept ‘mijn man’,- en niet meer tot mij roept ‘mijn Baäl!’
19
Doen wijken zal ik de namen van de baäls uit haar mond,- er zal nooit meer met hun naam aan hen worden gedacht.
20
Smeden zal ik voor hen te dien dage een verbond met wat in het wild leeft op het veld, met wat vliegt langs de hemel en met wat kruipt over de grond; boog en zwaard en oorlog zal ik wegbreken uit het land, en ik zal hen daar doen neerliggen in veiligheid.
21
Ik wil jou voor mij werven voor eeuwig; ik wil jou voor mij werven met gerechtigheid en recht, met vriendschap en ontferming;
22
ik wil je voor mij werven met trouw; je zult de Ene leren kennen! ••