Dan zegt de Ene tot mij: ga nogmaals heen en bemin een vrouw, de beminde van een metgezel, een vreemdgangster dus,- zoals de Ene de zonen en dochters van Israël bemint terwijl zíj zich wenden tot andere goden en minnaars zijn van druivenkoeken!
Ik koop haar voor mij voor vijftien zilverling,- een ezelslast gerst en een mand gerst.
3
Ik zeg tot haar: véle dagen zul je bij mij zitten, niet hoereren en aan niemand toebehoren; zo doe ik ook met jou!-
4
want vele dagen zullen de zonen en dochters van Israël neerzitten zonder koning en zonder vorst, zonder offer en zonder altaar,- zonder efod en terafiem;
5
daarna zullen de zonen en dochters van Israël omkeren, en zoeken zullen ze de Ene, hun God, en David, hun koning,- en bevend zullen ze komen tot de Ene en zijn goedheid, in het laatst der dagen. •