Hoort het woord van de Ene, zonen en dochters van Israël!- want de Ene heeft een aanklacht tegen de ingezetenen van het land: dat er geen trouw is, geen vroomheid en geen kennis van God in het land,
maar vloeken en liegen, moorden, stelen en vreemdgaan,- dat alles is uitgebroken, en het ene bloedbad reikt tot het andere bloedbad!
3
Daarom zal het land rouwen, en verkwijnen zal al wie daarin zetelt met het wild des velds en het gevogelte des hemels; zelfs de vissen in de zee zullen worden weggenomen.
4
Laat echter niemand een aanklacht indienen en laat niemand een straf eisen,- jóu geldt mijn aanklacht, priester;
5
als jij struikelt bij dag, struikelt met jou ook de profeet des nachts!- ik zal je moeder laten verstommen;
6
verstomd is mijn gemeente door gebrek aan kennis; omdat jíj het kennen hebt verworpen verwerp ik jou als mijn priester; omdat jij het onderricht van je God vergeet, zal ik op mijn beurt je zonen vergeten;
7
met zovelen als ze zijn, hebben zij gezondigd tegen mij; hun eer verruil ik voor schande;
8
van de zonde van mijn gemeente eten zij,- naar hun ongerechtigheid heffen zij hun ziel op;
9
worden zal het met de gemeente als met de priester: ik zal aan hem zijn wegen bezoeken en zijn handelingen laten terugkeren op hemzelf;