Instellingen

1


Hoort het woord van de Ene,

zonen en dochters van Israël!-
want de Ene heeft een aanklacht
   tegen de ingezetenen van het land:

dat er geen trouw is,
geen vroomheid
   en geen kennis van God in het land,

2


maar vloeken en liegen,

moorden, stelen en vreemdgaan,-
dat alles is uitgebroken,
en het ene bloedbad
   reikt tot het andere bloedbad!

3


Daarom zal het land rouwen,

en verkwijnen zal al wie daarin zetelt
met het wild des velds
   en het gevogelte des hemels;

zelfs de vissen in de zee
   zullen worden weggenomen.

4


Laat echter niemand een aanklacht indienen
   en laat niemand een straf eisen,-

jóu geldt mijn aanklacht, priester;

5


als jij struikelt bij dag,

struikelt met jou ook de profeet des nachts!-
ik zal je moeder laten verstommen;

6


verstomd is mijn gemeente
   door gebrek aan kennis;

omdat jíj
het kennen hebt verworpen
verwerp ik jou als mijn priester;
omdat jij het onderricht van je God vergeet,
zal ik op mijn beurt je zonen vergeten;

7


met zovelen als ze zijn,
   hebben zij gezondigd tegen mij;

hun eer verruil ik voor schande;

8


van de zonde van mijn gemeente eten zij,-

naar hun ongerechtigheid
   heffen zij hun ziel op;

9


worden zal het met de gemeente
   als met de priester:

ik zal aan hem zijn wegen bezoeken
en zijn handelingen
   laten terugkeren op hemzelf;