want ik, ik ben als een jakhals voor Efraïm en als een leeuwenwelp voor het huis van Juda; ik, ik verscheur en ga heen, ik draag mee en niemand die losrukt;
ik ga heen en keer terug naar mijn plek, totdat zij hun schuld beseffen en mijn aanschijn zoeken; eenmaal in het nauw zullen zij in de morgenschemer naar mij hunkeren!