Instellingen

1


Gaat mee, laat ons terugkeren

naar de Ene,
want hij heeft verscheurd
   maar zal ons ook genezen,-

hij slaat wonden
   maar zal ons ook verbinden;

2


na twee dagen laat hij ons herleven,-

ten derden dage
zal hij ons doen opstaan
en zullen wij voor zijn aanschijn leven;

3


dan zullen wij kennen, ernaar jagen

om de Ene te kennen;
als de morgenschemer, zo zeker is zijn uittocht;
als de stortbui zal hij over ons komen,
als een lenteregen zal hij laven het land!

4


Wat moet ik met je doen, Efraïm,

en wat doe ik met jou, Juda?-
je vriendschap is als de bewolking in de ochtend
en als de dauw
   die de schouders recht en weer gaat!-

5


daarom

heb ik op hen ingehakt door de profeten,
ik heb hen omgebracht met wat mijn mond zei;
maar de gerichten over jou
   waren een licht dat aanbrak;

6


want in vriendschap heb ik behagen
   en niet in een offer,-

in kennis van God meer dan in opgangsgaven!

7


Zíj hebben

in Adam* Vermoedelijk gaat het hier om het stadje Adam aan de Jordaan, genoemd in Jozua 3,16. het verbond overtreden,-
daar zijn zij mij ontrouw geworden;

8


Gilead is een vesting vol bewerkers van onheil,-

vol voetsporen van bloed;

9


zoals roversbenden iemand verbeiden,

is het priesterverband;
mogen ze hen op weg naar Sjechem vermoorden,-
omdat ze hoererij hebben begaan!-

10


bij het huis van Israël

heb ik huiveringwekkende dingen gezien:
daar was hoererij bij Efraïm,
Israël heeft zich onrein gemaakt!

11


Maar Juda daarentegen,

voor jou is een oogst weggelegd,-
als ik een keer breng
   in de kerkering van mijn gemeente!