Instellingen

1


Het spreken van de Ene geschiedt

aan Jona, zoon van Amitai, en zegt:

2


sta op, ga op weg

naar Ninevee, die grote stad,
   en roep over haar uit,-

dat hun kwaad is opgeklommen
   tot voor mijn aanschijn!

3


Dan staat Jona op,
   om naar Tarsjiesj te vluchten,

weg van het aanschijn van de Ene;
hij daalt af naar Jafo,
   vindt een schip
   dat in Tarsjiesj aan zal komen,
   geeft de prijs die het vraagt
   en daalt daarin af
   om met hen in Tarsjiesj aan te komen,

weg van het aanschijn van de Ene.