Instellingen

17


En het is zo geweest:

toen Farao
de gemeente heenzond,
heeft God die niet geleid
over de weg door het land van de Filistijnen,
hoewel die het naastbij is;
want, heeft God gezegd,
anders wordt de gemeente verleid tot spijt
   als ze de strijd zien, en keren ze terug
   naar Egypte!

18


God laat de gemeente afbuigen
   over de weg door de woestijn
   naar de Rietzee;

per vijftig
   zijn de zonen Israëls opgeklommen
   uit het land van Egypte.

19


Mozes neemt de beenderen van Jozef
   met zich mee;

want met een bezwering heeft die
   de zonen Israëls doen zweren en gezegd:

in zijn omzien zal God naar u omzien;
laat dan mijn beenderen
   hieruit mét u opklimmen!

20


Ze breken op van Soekot;

ze legeren zich in Etam,
aan de rand van de woestijn,-

21


terwijl de Ene

voor hun aanschijn uit gaat,
   overdag in een wolkzuil
   om hen te geleiden op de weg

en ’s nachts in een zuil van vuur
   om hun bij te lichten,-

om voort te gaan des daags en des nachts.

22


Nooit blijft hij weg,

de wolkzuil overdag
of de vuurzuil ’s nachts,-
voor het aanschijn van de gemeente.