Instellingen

22


Dan laat Mozes Israël opbreken
   van de Rietzee,

en trekken ze uit naar de woestijn van Sjoer;
ze gaan drie dagen de woestijn in
   maar hebben geen water gevonden.

23


Ze komen aan bij Mara

maar zijn niet bij machte geweest
om de wateren uit Mara te drinken
want bitter zijn die!
Daarom heeft men als haar naam uitgeroepen
   ‘Mara’,- bittere!

24


Ze morren, de gemeente, tegen Mozes,
   en zeggen: wát moeten we nu drinken?

25


Hij schreeuwt tot de Ene;

de Ene wijst hem een stuk hout aan,-
hij werpt dat in het water
en zóet worden de wateren;
daar heeft hij hem regel en recht gesteld
   en daar heeft hij hem beproefd.

26


Dan zegt hij: als je horende hóórt
   naar de stem van de Ene, je God,

en wat juist is in zijn ogen dóet,
je oor zult neigen naar zijn geboden
en al zijn inzettingen zult bewaken,-
álle kwaal
die ik heb gesteld in Egypte
   zal ik niet stellen over jou,

want ik, de Ene, ben je heelmeester!
••

27


Ze komen aan bij Eliem;

daar
zijn twaalf wellen vol water
   en zeventig palmen;

ze legeren zich dáár, bij het water.