Instellingen

1


Ze breken op, heel de samenkomst van

de zonen Israëls,
uit de woestijn van Sien,
om telkens opnieuw op te breken
   op last* Letterlijk: mond. van de Ene;

ze legeren zich in Refidiem,-
maar daar is géén water te drinken
   voor de gemeente!

2


Dan bekvecht de gemeente met Mozes,

en zeggen ze:
geven jullie ons water,
   dan kunnen we drinken!

Mozes zegt tot hen:
wat bekvechten jullie met míj?-
wat beproeven jullie de Ene!

3


Maar de gemeente smácht daar naar water;

dus mort de gemeente tegen Mozes,-
en zegt:
waarom eigenlijk heb je ons
   laten opklimmen uit Egypte!-

om mij, m’n zonen en m’n vee
   te laten doodgaan van dorst?

4


Mozes schreeuwt het uit tot de Ene en zegt:

wat moet ik doen aan deze gemeente!-
nog even en ze hebben me gestenigd!

5


Dan zegt de Ene tot Mozes:

steek over
   voor het aanschijn van de gemeente

en neem enkele oudsten van Israël
   met je mee;

ook je staf,
   waarmee je de Stroom hebt geslagen,

neem die in je hand en gá!-

6


zie, ik zal voor jouw aanschijn staan,
   daar op de rots,

bij Horeb;
slaan zul je op de rots;
wateren zullen er uitstromen
   en drinken zal de gemeente!

Zo doet hij, Mozes,
voor de ogen van Israëls oudsten.

7


Hij roept voor het oord als naam uit:

Masa en Meriva, beproeving en bekvechterij!,
om het bekvechten van de zonen Israëls
en om hun beproeving van de Ene,
   als ze zeggen:

is de Ene in ons midden,
   of niet?