Instellingen

1


Dan hoort Jitro, priester van Midjan,

bruidsvader van Mozes,
al wat God voor Mozes gedaan heeft
en voor Israël, zijn gemeente;
dat de Ene Israël heeft uitgeleid
   uit Egypte.

2


Dan neemt

Jitro, de bruidsvader van Mozes,
Tsipora mee, de vrouw van Mozes,
nadat hij haar heeft heengezonden,

3


en haar twee zonen,-

van wie de naam van de een is: Gersjom,
want, heeft hij gezegd,
een geer, een zwerver-te-gast ben ik geweest
in een vreemd land!

4


En de naam van de ander was: Eliëzer,-
   mijn God is een hulp,

want: de God van mijn vader is mij tot hulp
en heeft mij ontrukt aan Farao’s zwaard!

5


Hij komt aan,

Jitro, de bruidsvader van Mozes,
   met zijn zonen en zijn vrouw, bij Mozes,-

in de woestijn
waar hij gelegerd is, bij de berg Gods.

6


Hij zegt tot Mozes:

ik, je bruidsvader Jitro, ben tot jou gekomen,
met je vrouw
en haar twee zonen mét haar!

7


Mozes trekt uit,
   zijn bruidsvader tegemoet:

hij buigt zich neer en kust hem,
ze vragen ‘als man aan makker’ naar vrede
en komen de tent binnen.

8


Dan vertelt Mozes aan zijn bruidsvader

al wat de Ene heeft gedaan
   aan Farao en Egypte

omwille van Israël,
en alle moeite
   die hen onderweg heeft getroffen,

maar dat de Ene hen heeft ontrukt.

9


Jitro is blij

om al het goede
dat de Ene aan Israël heeft gedaan;
dat hij hem heeft ontrukt
   aan de hand van Egypte.

10


Hij zegt,

Jitro:
gezegend de Ene!-
die u heeft ontrukt aan de hand van Egypte,
   en aan de hand van Farao;

die de gemeente heeft gered
onder de hand van Egypte vandaan;

11


nu weet ik

dat de Ene groter is dan alle goden,-
juist in de zaak
waarin zij te hoog gegaan zijn tegen hen!

12


Dan neemt hij,

Jitro, de bruidsvader van Mozes,
   een opgangsgave
   en slachtoffers voor God;

en Aäron komt erbij,
   en alles aan oudsten van Israël,

om het brood te eten
   met de bruidsvader van Mozes
   voor het aanschijn van God.