Instellingen

11


En het geschiedt in die dagen:

Mozes wordt groot,
   hij trekt uit naar zijn broeders

en ziet waarmee zij worden belast;
hij ziet een Egyptische man
een Hebreeuwse man slaan,
   een van zijn broeders!

12


Hij wendt zich om en om

en ziet: geen mán!-
hij slaat de Egyptenaar neer
en verbergt hem in het zand.

13


Hij trekt uit op de tweede dag
   en ziedaar, twee mannen, -Hebreeërs!-
   vliegen elkaar in de haren!

Hij zegt tot de boosdoener:
waarom sla jij je naaste?

14


Maar die zegt: wie heeft jou aangesteld

tot man, vorst en rechter over ons?-
om mij te vermoorden zeg jij dat zeker,
zoals je de Egyptenaar hebt vermoord!
Dan wordt Mozes bevreesd en zegt:
dus is het verhaal bekend geworden!

15


Ook hoort Farao dit verhaal

en zoekt Mozes te vermoorden;
Mozes vlucht weg
   van het aanschijn van Farao

en zetelt in het land van Midjan,
   hij zetelt bij de bron.